Blog

Dood. Wat is dat? Sofie Jans & Eline van Lindenhuizen

Wederom een boek vol eerlijke informatie over de dood voor kinderen. Het is Sofie Jans opnieuw gelukt om op laagdrempelige wijze kinderen (en volwassenen) mee te nemen in het onderwerp dood. Het boek heeft een prettige opbouw waardoor het verhaal over Emily en haar omgeving na ieder stukje tekst wordt aangevuld met meer informatie over een specifiek onderwerp dat hoort bij de dood. Denk aan wat er met een lichaam gebeurt als je dood bent, wat hoort er bij dood en levend, over de hele wereld, wat is een begrafenis of een afscheidsceremonie, begraven  of cremeren en herinneren. De verschillende vragen die in het boek gesteld worden aan het kind, geven de kinderen de mogelijkheid om aan te haken met hun eigen verhaal en ervaringen. In deze blog licht ik een aantal onderwerpen uit.

Sleutelbegrippen

In verschillende onderzoeken worden vijf sleutelbegrippen beschreven die kinderen te ontwikkelen hebben, voordat ze het biologische aspect van de dood volledig kunnen begrijpen. Je ziet dat in dit verhaal verschillende sleutelbegrippen aan bod komen. En tijdens het lezen merk ik dat een heleboel vragen die kinderen met regelmaat stellen al beantwoord worden in de onderwerpen die ter sprake komen en in de vragen die hoofdpersoon Emily stelt. Geweldig dat een boek als dit tegemoet kan komen aan de behoefte die kinderen hebben om meer te leren over de dood. En dat dit boek jou als volwassene kan helpen in te tunen op de taal van kinderen.

  1. Onomkeerbaarheid. Kinderen moeten nog leren en kunnen begrijpen dat de dood definitief is. En dat je niet eventjes dood kunt zijn. Kinderen snappen gedurende hun ontwikkeling steeds beter dat de dood definitief is en dat er geen terugkeer naar het leven mogelijk is.
  2. Onontkoombaarheid. Het begrip dat alles wat leeft ook eens dood gaat.
  3. Toepasselijkheid. Het begrip dat alleen levende dingen dood kunnen gaan.
  4. Beëindiging. Het begrip dat alle processen in een lichaam op zullen houden te functioneren waarop de dood zal volgen.
  5. Causaliteit. Het begrip dat dood uiteindelijk veroorzaakt wordt door afbraak van lichamelijke functies.

Oma Soep

Het verhaal start met het verhaal van Oma Soep. Deze oma maakte de heerlijkste tomatensoep met balletjes. Maar nu is ze doodgegaan. Mama vertelt Emily dat oma nu niet meer kan praten of bewegen. Het sleutelbegrip beëindiging komt hier aan bod. Wat ook mooi is aan Oma Soep is dat gelijk een symbool gekoppeld wordt aan een herinnering aan oma. En zo vormt de soep die oma zo lekker kon maken een rode draad door het verhaal. Ook interessant om aan de kinderen in jouw klas te vragen hoe ze hun opa of oma noemen. Meerdere opa’s en oma’s hebben een kernachtige en liefdevolle bijnaam. Een mooie vorm van symbooltaal.

Oma Soep kan niet meer praten of bewegen, maar je kunt haar nog wel zien en aanraken als je dat wilt.

Levensreis

De toegankelijke tekeningen in lichte kleuren laten de levensreis van een mens zien. Je kunt met kinderen bespreken hoe over het algemeen de levensreis van een mens gaat. Kinderen met persoonlijke ervaringen rondom het verlies van een persoon die doodging en niet heel oud was, kunnen deze tekeningen van de levensreis zien als een aanhaakmoment om zelf te vertellen over hun eigen ervaringen. Erkenning en herkenning tegelijk.

De dood in spel

Emily en Jasper spelen ridder en prinses. Emily doet alsof ze dood is. Fantastisch dat dit aan bod komt. Spelen is de eerste taal van kinderen. En kinderen verweven dit onderwerp regelmatig in hun spel. Hierbij kan meteen een mooie uitleg horen. Want als je speelt dat je dood bent, kunt je natuurlijk weer levend worden (want je was niet echt dood). Maar als je echt dood bent, kan dit niet. Op de volgende pagina zien we dan de verschillen tussen een dood lichaam en een levend lichaam. In duidelijke woorden wordt uitgelegd wat de kenmerken hiervan zijn.

Wie dood is, is helemaal dood. Die persoon kan niet meer opnieuw levend worden. Emily en Jasper kunnen dat wel doen om te spelen. Maar in het echte leven kan dat niet.

Huisdier

Het sleutelbegrip ´onontkoombaarheid´ wordt benadrukt in het hoofdstukje over het huisdier van Jasper: alles wat leeft gaat uiteindelijk dood. De volgende bladzijden laten een aantal tekeningen zien over leven en dood. Samen met de kinderen kun je kijken naar welke tekeningen bij elkaar horen. Ook dit benadrukt dat alle levende dingen dood kunnen gaan. Een mooie laagdrempelige manier om kinderen hier door middel van beelden meer over te leren.

Gevoelens

Hoe voel ik mij als iemand dood is? Het verhaal van Emily die oma Soep moet missen bespreekt in dit hoofdstukje hoe je je kunt voelen. Het magische denken wat gekoppeld kan worden aan schuldgevoel, herkenbaar bij jonge kinderen, wordt ook benoemd. Dit kan een mooie herkenningspunt zijn voor kinderen én tegelijkertijd een leermoment dat bepaald gedrag niet van invloed kan zijn op de dood van een persoon. En meer specifiek in dit verhaal betekent dit dat Oma Soep ook was doodgegaan als Emily wel met haar had willen puzzelen.

‘Is oma Soep doodgegaan omdat ik niet lief voor haar was?’

Knutselen

‘Mag ik nog iets knutselen voor iemand die dood is?’ Een treffende titel voor een situatie die waarschijnlijk herkenbaar is voor veel leerkrachten. Kinderen mogen iets knutselen voor iemand, in dit verhaal voor hun oma. En dan willen kinderen met een oma die dood is, vaak ook iets maken voor hun oma. Andere kinderen kunnen vrij direct reageren wanneer kinderen dit willen. En tegelijkertijd biedt dit een opening om alle kinderen te leren dat je zeker iets mag knutselen voor iemand die dood is. En dat dit kan horen bij herinneren en herdenken.

Alledaagse schoolleven

Het nawoord laat zien hoe het komt dat dit boek zo ontzettend goed en raak in elkaar zit. Sofie verloor zelf haar man en heeft zoals ze zelf zegt dit boek geschreven met haar kinderen in gedachten. Daarom ligt er nu een prachtig en waardevol boek dat kinderen serieus neemt in de vragen die ze hebben over de dood. Kinderen verdienen een boek als dit omdat juist zij ons laten zien dat de dood geen apart onderwerp is, maar een onderdeel van het hele leven. En dus ook van het alledaagse schoolleven. Een boek om de klas in te halen!

Tips voor in de klas

  • Voorlezen! Absoluut gewoon beginnen met dit verhaal. 
  • Volgen. Volg de kinderen in hoe ze reageren op de informatie en het verhaal. Mogelijk kun je bepaalde illustraties nog eens met een aantal kinderen bekijken en bespreken.
  • Specifieke vraag. Pak dit boek erbij als een specifieke vraag naar voren komt in jouw groep. Het kan in woord en beeld ondersteunen om deze vraag ruimte te geven.

Tips voor glinsterende gouden tranen

Wil jij mijn tips voor glinsterende gouden tranen ontvangen? Laat je e-mailadres achter en schrijf je in!